Waarom je moet werken aan je wegligging

“Ik kán niet meer”

Marieke hangt bijna met haar kin op mijn bureau. Moe. Gedesillusioneerd. En vooral: teleurgesteld in zichzelf. 

Tot een jaar geleden was ze de beste in haar vak. Ze kon dag en nacht over haar werk praten, alsof haar lamp nooit uitging. 

Vorig jaar groeide ze door naar een leidinggevende functie. Ze stortte zich als vanouds op de nieuwe taken, en nog steeds werkt ze zich uit de naad omdat ze er wat van wil maken. Ze steunt, stuurt, begeleidt, regelt en managet waar ze kan. 

Maar haar enthousiasme slaat om in pure wanhoop

De organisatieprocessen zijn taai en troebel, de medewerkers gaan hun eigen gang, haar agenda tolt van de afspraken en het lijkt alsof ze met alle winden mee moet waaien.  

Nu geeft Marieke niet snel op.
Ze voelt zich verantwoordelijk voor zowel het functioneren van team als de opdracht van het management. 

Dus:

ze draait overuren,
ze vliegt van hot-naar-her,
ze doet 50 dingen half en er komt niks van de grond,
ze krijgt op d’r kop van thuis. 

“Ik faal”, zucht ze, “dus ík moet harder werken.” 

Je kunt erop wachten: ze vliegt uit de bocht

Als een slingerende caravan die verkeerd is beladen. En nu zit ze totaal uitgeblust tegenover me.

Mariekes struggle zie ik bij zoveel leidinggevenden. Hoe komt dat?

Dat ligt aan de onduidelijke kaders, als je het mij vraagt

Vroeger bepaalde ‘de baas’ wat jij moest doen. Maar de huidige trend is dat jouw doelen, targets en werkwijze niet vastliggen. Jij krijgt de ruimte en het vertrouwen om alles zelf uit te zoeken. 

Dat lijkt fijn en ruimhartig. Maar het resultaat is vaak onzekerheid en faalangst. 

Jij gaat er opeens over. Poeh.

Hoe kies je dan? Hoe kun je prioriteren als er zoveel werk op je afkomt? Wie bepaalt wat het juiste is? Hoe weet je of je genoeg doet en genoeg bent?

Toen je nog vakinhoudelijk expert was, kon je op jezelf vertrouwen. Maar als je doorgroeit naar het teamleiderschap, is alles nieuw, onzeker en onduidelijk.

Dat geeft spanning, stress en immense twijfel. Als dat te lang duurt, zit je zo in de vangrail. Omdat je niet goed op de weg ligt.

Zoals een caravan

Een caravan kan gaan slingeren door een onjuiste belading. Als het gewicht in de caravan niet gelijkmatig verdeeld is, stuitert die van links naar rechts over de weg. Of: je auto verliest zijn grip, maakt een schuiver en de caravan boort zich in de kofferbak.

Daar helpt geen tegensturen of gasgeven aan. Maar dat is precies wat Marieke nu wél doet.

Dus we gaan samen aan de slag met haar wegligging:

  • Is ze te zwaar beladen? Ligt de belading wel op de goede plek? 
  • Moet alle bagage écht mee? En wie bepaalt dat?
  • Welke route heeft ze gekozen: snelweg, slingerweg, zandpad, 13 haarspeldbochten met overhangende rotswanden?
  • Hoe is het met haar eigen fitheid: oliepeil, accu, benzine, bandenspanning?
  • Hoeveel support krijgt ze - en vraagt ze - van haar reisgenoten: teamleden, management, directie?

Leidinggeven gaat over keuzes maken

Maar dan moet je wel eerst je opties kennen en verkennen. Moed tonen, om een richting te kiezen. Jezelf kennen, en voelen dat je goed genoeg bent. Vertrouwen op het proces en op het aandeel dat jij daarin levert.

Soms heb je daar hulp bij nodig. En daarvoor hoef je de auto heus niet aan de kant te zetten. 

Ik help je om al rijdend de weg te vinden

Voor je het weet geniet je van een prachtig uitzicht. Uitgerust in plaats van uitgeblust.